Toch fikse provinciale bijdrage voor Nationaal Vlechtmuseum
Het Nationaal Vlechtmuseum kan zijn blijdschap niet op. De strijd voor erkenning door het provinciaal bestuur van Fryslân is na bijna een jaar bekroond met een subsidie van 235.000 euro voor de komende drie jaar. “Jammer dat we dicht zijn wegens een verbouwing voor de jubileumexpositie, want we hadden met elkaar een feestje willen vieren”, zegt directeur Iwan van Nieuwenhoven. “Er is erg veel energie in gaan zitten, maar die is niet tevergeefs geweest.”
“Het ging daarbij niet alleen om het geld dat we voor onze plannen zo nodig hebben, maar voor de waardering die we nu uiteindelijk krijgen”, gaat hij verder. “Wij zijn het eerste geregistreerde museum dat de meeste bezoekers van Fryslân tegenkomen en doen erg ons best om voor de provincie een museaal visitekaartje te zijn. Wat voelt het dan fijn dat wij deze ruggensteun krijgen. En dat in de maand dat niemand minder dan Prinses Beatrix ons 25-jarige museum met haar bezoek komt vereren!”
Meer dan een jaar geleden kondigde het provinciaal bestuur aan dat zij een fors bedrag ging reserveren om culturele instellingen in de komende drie jaar te ondersteunen. Met name veel musea meldden zich daarvoor, waarna een onafhankelijke commissie advies uitbracht aan Ged. Staten. Er waren niet alleen winnaars. Het Nationaal Vlechtmuseum was één van de gegadigden die uit de boot vielen. Al vrij vlot volgde een reparatie, waarbij zowel het Fries Landbouwmuseum (Leeuwarden) als Museum Hindeloopen alsnog meedeelden. Later volgde nog het Kazemattenmuseum (Kornwerderzand).
Noordwolde voelde zich tekort gedaan. Eén van de voorwaarden voor subsidiëring was, dat een instelling in zijn regio een belangrijke bijdrage moet leveren aan “het verhaal van Fryslân”. Noordwolde meende daar met het ingediende meerjarenbeleidsplan zeker aan te voldoen. De plannen voor de komende tijd spitsen zich toe op aansprekende tentoonstellingen en activiteiten op drie vlakken: geschiedenis, design en kunst.
De laatste strohalm was een beroepsprocedure tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag. Bert Looper, voorzitter van de Raad van Toezicht van het Vlechtmuseum, en directeur Iwan van Nieuwenhoven hadden een goed gevoel toen zij eind november voor een speciale commissie nogmaals hun betoog mochten toelichten. Maar daarna werd het stil. Het besluit om een dure herinrichting met het oog op een jubileumexpositie toch door te zetten, was tegen de achtergrond van die onzekerheid moeilijk, legt Van Nieuwenhoven uit. “Maar prachtig dat cultuur-gedeputeerde Sijbe Knol ons maandag belde, dat we uiteindelijk samen op één lijn zitten. Om mooi te kunnen vlechten, moet het wilgenteen soms ook een tijdje in de week liggen.”












